< Vis van de maand

untius Conchonius (De prachtbarbeel)

 

Puntius Conchonius (De prachtbarbeel).

Deze vissen vindt men in de natuur in noordelijk Indië, Birma. De prachtbarbeel is al één van de oudere soorten, die al een ruime tijd gekend is in aquariummiddens. De prachtbarbeel doet zijn naam wel eer aan, als het om kleur gaat en dan zeker bij de mannetjes. Bij jonge dieren zijn de kleuren nog niet intens, maar naarmate ze ouder worden nemen ze hun volle kleurenpracht aan. Deze barbelen moet men in een niet te kleine aquarium houden, geef hun een goed beplant aquarium met voldoende zwemruimte. Men spreekt hier dan toch van minimum een meterbak.

Hou deze dieren ook niet te warm, ze voelen zich het best thuis in water met een temperatuur van om en bij de 22°C. Er bestaat ook een sluiervorm van deze soort. Wel uitgegroeide exemplaren kunnen gemakkelijk een volle 10 cm bereiken. Vrouwtjes hebben een grijsachtig tot glanzend geel lichaam, bij de mannetjes worden de flanken koperrood, de rug heeft een lichtgroene glans, de rand van de rugvin wordt zwart en kenmerkend is de zwarte onregelmatige vlek boven de aarsvin.

Het is een vis die zich voornamelijk ophoudt in de midden- en onderlaag van het aquarium. Het water mag enigszins tot de zure- neutrale kant gaan. PH 6- 7,5. De kweek bij deze dieren gaat relatief gemakkelijk. Het zijn vrijleggers, één paartje kan voor enkele honderden nakomelingen zorgen. Een aquarium met als afzetsubstraat javamos kan zeker dienen. Haal de dieren onmiddellijk weg na de eiafzetting, want anders worden die opgegeten door het ouderpaar.

In het begin, als de jongen vrij zwemmen, hebben ze infusiediertjes nodig, na enkele dagen kan men overgaan tot het voeren van artemianaupliën. De prachtbarbeel neemt alle soorten voer tot zich. Tip: In de warme zomermaanden kan men deze vis eventueel in de vijver laten.