De Siamese kempvis heeft zijn naam niet gestolen. Twee mannelijke exemplaren van diezelfde soort in een aquarium en ze vechten tot er één de dood vindt. Ook als het mannetje een schuimnest gebouwd heeft en het vrouwtje na de eileg nog in het aquarium blijft met te weinig schuilplaatsen, zit er veel kans in dat hij het vrouwtje dood. Tegenover andere vissen is het mannetje relatief vreedzaam als de vissen maar niet te veel op hen lijken. Zo komt het dikwijls voor dat Guppy mannetjes met felgekleurde waaierstaarten aanzien worden als potentiële concurrenten, waarbij de guppy’s niet opgewassen zijn tegen de getrainde vechter. De wilde stamvorm heeft de kleuren blauw, rood, groen in het lichaam en vinnen. Kenmerkend aan de wilde stamvorm is dat de vinnen kort zijn. Zo gebeurt het soms dat er “wilde” mannelijke stamvormen tussen de vrouwtjes zitten in de handel. De Betta die wij meestal kennen hebben prachtige sluiervinnen en er bestaan ontelbaar veel kleurvariëteiten. Meer en meer beperkt men zich niet meer tot de kleuren alleen maar ook de vinnen van deze vis hebben al heel wat vormen aangenomen.
De Betta houdt zich voornamelijk op in de bovenste waterlaag en eventueel ook in de middenlaag. Sterke stroming wordt niet op prijs gesteld, drijfplanten worden dan wel in dank aangenomen die helpen ook het schuimnest beter in stand te houden. De Betta geeft voorkeur aan wat hogere temperatuur 26°C- 28°C kan hij gemakkelijk verdragen. Het broed wordt verzorgd en bewaakt door het mannetje. Een tweetal dagen na het uitkomen van het jongbroed verwijdert men best ook het mannetje. Men kan het jongbroed opkweken met infusorien, stofvoer en artemia nauplien. Na enige tijd moet men de mannelijke exemplaren gaan scheiden of die vechten elkaar dood. De jongen groeien zeer snel.
De Betta heeft echter een korte levensduur meestal wordt hij niet veel ouder dan 2 jaar. Wat nog kenmerkend en speciaal is aan deze vissen is hun ademhalingsorgaan, ook wel labyrintorgaan genoemd daarmee zijn de vissen in staat lucht ( zuurstof) uit de atmosfeer te halen. In de natuur leven deze labyrintvissen in kleine warme zuurstofarme poeltjes en slootjes door middel van hun speciaal ademhalingsorgaan zijn ze in staat daarin zonder problemen te overleven. Goeramis behoren ook tot de labyrintvissen; Als men ze in het aquarium houdt moet men wel voor een dekruit zorgen, zodanig dat de temperatuur in het luchtgedeelte niet veel verschilt van de temperatuur van het aquariumwater anders vatten ze een kou die het orgaan laat ontsteken met de dood tot gevolg. In hun land van herkomst Thailand en Cambodja worden er kempvis gevechten gehouden ieder kan inzetten op de vis die hij denkt de kamp te zullen winnen.

Glenn Coulembier
|